De Nieuwe Wet Verplichte GGZ: 5 Tips voor Goede Samenwerking

Op 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking. Daarmee verandert er veel in het verlenen van verplichte zorg én de verantwoordelijkheid die ggz-instellingen, het Openbaar Ministerie, gemeenten en partners in het zorg- en veiligheidsdomein daarin hebben.


Deelnemers aan een symposium van GGZ Centraal oefenen met een onderhandelingssimulatie

Iedere betrokken organisatie heeft binnen de Wvggz haar eigen opgaven. Maar ook – of juist – in de samenwerking tussen organisaties verandert er veel. Want het verlenen van verplichte zorg wordt met de Wvggz niet eenvoudiger. Deze wordt alleen gevarieerder en meer in verbinding met de betrokkene, de omgeving en de samenleving.

De wet stelt op zichzelf geen andere eisen aan de (regionale) samenwerking dan een driemaandelijks overleg, maar om redenen van samenhangende zorg en ondersteuning, een snelle en flexibele keten en de wederzijdse afhankelijkheid tussen ketenpartners die allemaal op een ander schaalniveau werken, ligt het voor de hand om ook te kijken hoe partijen invulling geven aan deze gedeelde verantwoordelijkheid.


Naast de inhoudelijke complexiteit van de wet zelf is er dus de opgave om met heel veel partijen tot goede afspraken te komen: hoe gaan ze samenwerken binnen de nieuwe wettelijke kaders? Hoe komen ze tot afspraken die de belangen van patiënten, omwonenden, hulpverleners en de betrokken instanties zelf goed waarborgen? Geen enkele partij heeft uiteindelijk de positie om bindende samenwerkingsafspraken af te dwingen. Er zal dus constructief onderhandeld moeten worden om ervoor te zorgen dat processen niet vastlopen en partijen zich achter elkaar of achter de complexiteit van de nieuwe wet verschuilen.


Afspraken maken is mensenwerk. Een vijftal inzichten uit de Harvard school van constructief onderhandelen kunnen helpen in de voorbereiding.


1. Richt je op belangen en het creëren van opties


Zeker in een nieuwe samenwerkingsdynamiek binnen nieuwe wettelijke kaders is het verleidelijk je bij aanvang zogenoemd positioneel op te stellen: jouw oplossing of die van je organisatie is de beste. Het heeft vaak een averechts effect. Als je jouw oplossing te snel op tafel legt, zullen anderen ook positioneel gaan onderhandelen en de loopgraven betrekken. Dat wordt touwtrekken tussen posities met weinig ruimte voor creativiteit. Richt je in plaats daarvan op onderliggende belangen: die van jezelf en andere partijen. Door vragen te stellen en te beantwoorden kun je gezamenlijke en tegengestelde belangen helder krijgen. Als de belangen helder zijn kun je samen opties (met de nadruk op het meervoud) bedenken om alle belangen zo goed mogelijk te dienen.


2. Geef aandacht aan de relatie


Go slow to go fast is een uitdrukking die uitstekend past bij constructief onderhandelen. Om belangen goed op tafel te krijgen is het wederzijds delen van informatie essentieel. Partijen die elkaar (nog) niet vertrouwen zijn veel minder bereid deze informatie te delen. Maar om vertrouwen op te bouwen moet je eerst werken aan de relatie. In onderhandelen is een goed begin het hele werk; investeer als eerste in de relatie tussen de partijen. Mochten er relationele storingen zijn, negeer deze dan niet.


3. Vermijd aannames over mandaat


Zeker in processen waar er afspraken gemaakt moeten worden binnen een nieuwe wettelijke context is het gebruikelijk dat organisaties nog niet volledig beseffen wat dit gaat inhouden. Aan de onderhandelingstafel betekent dit dat jijzelf of je partners misschien geen volledig mandaat hebben om afspraken te maken. Er wordt vaak ten onrechte van uitgegaan dat overeengekomen oplossingen ook wel gedragen zullen worden door de achterban. Om frustratie te voorkomen is het goed een mandaatcheck te doen aan het begin en bij overeenstemming. Welke partijen hebben afstemming nodig voor ze daadwerkelijk kunnen committeren? Hoe kunnen partijen elkaar steunen in het krijgen en behouden van mandaat?


4. Ga terug naar intentie


Of het nu het label samenwerken of onderhandelen geeft, veel praatrondjes storten zich onmiddellijk op de technische inhoud. Ze gaan aan een zogenoemde intentiecheck voorbij: Waarom zitten we bij elkaar? Wat is het grotere gezamenlijk belang? Herhaling van - en eventueel discussie over - het antwoord op deze vraag is beter dan de stille en vaak foutieve aanname dat iedereen de intentie in hetzelfde licht ziet.


5. Overweeg een Kick-Off


De wet verplichte ggz brengt met zich mee dat heel veel verschillende partijen met elkaar aan de slag moeten om processen en taakverdeling helder te krijgen. Externe procesbegeleiding kan helpen dit proces in goede banen te leiden. Er is echter niet altijd ruimte of mandaat om een derde partij in te huren. Een alternatief is het vooraf organiseren van een zogenoemde kick-off over constructief onderhandelen. Door middel van een workshop wordt een gemeenschappelijk kader gecreëerd waarop deelnemers kunnen terugvallen als er uitdagingen zijn op inhoud, proces of relatie. Een relatief kleine tijdsinvestering die zich in complexe samenwerkingsprojecten makkelijk terugverdient.

Dit artikel werd geschreven door Stefan Szepesi (Samenwerken in het Publieke Domein) samen met Tjisse Bosch (jb Lorenz).

Logo wit.png

Samenwerken in het Publieke Domein is een initiatief van RoutsLaeven

Loosdrechtse Bos 21 A

1213 RH Hilversum

035 62 88 899

info@routslaeven.nl

Volg ons online via:

  • LinkedIn RoutsLaeven
  • Twitter RoutsLaeven

© RoutsLaeven & Partners B.V.